Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Reaal Levensverzekeringen,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Artikel 10. Afkoop.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de uitkering van de afkoopwaarde van een levensverzekering die was verbonden aan een hypothecaire lening. Vader van appellant [X] sloot in 1988 een spaarhypotheek bij ABN AMRO, waarbij ABN AMRO als begunstigde van de levensverzekering werd aangewezen. Na aflossing van de hypotheek in 2014 verzocht [X] om afkoop van de verzekering en overdracht van de afkoopwaarde.
ABN AMRO ontving de afkoopwaarde en verrekende een deel met een flexibel krediet. [X] stelde dat de afkoopwaarde ten onrechte aan ABN AMRO was betaald, omdat het pandrecht van ABN AMRO was geëindigd door aflossing en hij een pandrecht had gevestigd ten behoeve van zichzelf en grootvader [grootvader X].
Het hof oordeelde dat ABN AMRO onherroepelijk als begunstigde was aangewezen en dat de begunstiging niet was gewijzigd. De verzekeraar had op instructie van ABN AMRO betaald en was daarmee gekweten. De latere pandakte was niet aan de verzekeraar tegengeworpen en de zorgplicht van Reaal hield niet in dat zij zelfstandig moest onderzoeken of zij niet langer aan ABN AMRO kon betalen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde [X] in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van [X] af, waarbij Reaal terecht de afkoopwaarde aan ABN AMRO heeft betaald.