Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[naam VOF] ,
2. [appellant sub 2] ,
3. [appellant sub 3] ,
1.Het geding in hoger beroep
- primair North Sea zal veroordelen tot betaling aan VOF c.s. van een bedrag van
- althans subsidiair North Sea zal veroordelen tot betaling aan VOF c.s. van een bedrag van € 7.623.38, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum appeldagvaarding tot aan de dag van voldoening,
- althans meer subsidiair North Sea zal veroordelen om binnen tien werkdagen na betekening van het in deze te wijzen arrest op de voet van artikel 843a Rv dan wel op de voet van artikel 162 Rv Pro volledige inzage te verlenen in de boekhouding en administratieve bescheiden van North Sea / Kanaal Noord, waaronder doch niet beperkt tot de (concept) jaarstukken, alle bankafschriften, inkoop- en verkoopfacturen, de verantwoording van de kasgeldtellingen en alle daguitdraaien van de pinapparaten over het seizoen 2017, één en ander op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag (of gedeelte daarvan) dat North Sea met de nakoming van deze veroordeling in gebreke mocht blijven, en North Sea zal veroordelen tot betaling aan VOF c.s. van de helft van de nog af te rekenen drankomzet minus inkoopkosten, vast te stellen door een gerechtelijke deskundige aan de hand van de hierboven omschreven administratieve bescheiden, althans nader op te maken bij staat, alles te vermeerderen met een correctie voor gebruik keuken en afschrijving overkapping en wettelijke rente vanaf datum appeldagvaarding,
- met primair en subsidiair veroordeling van North Sea in de proceskosten van beide instanties, de wettelijke rente daarover en de nakosten daaronder begrepen.
2.Feiten
3.Beoordeling
food-verkoop heeft ingezet en dat heeft meegeholpen met de drankverkoop, zodat deze personeelskosten reeds zijn meegenomen in de eindafrekening inclusief food en exclusief drank. De stelling van VOF c.s. dat factuur 2017-055 een dubbeltelling betreft, heeft North Sea weerlegd door haar niet-betwiste stelling dat de werkzaamheden waarop deze factuur betrekking heeft, andere werkzaamheden betreffen dan de werkzaamheden waarop de facturen 2017-0041, 2017-0042 en 2-17-0045 zien. De stelling van VOF c.s. dat ook de schoonmaakkosten een dubbeltelling betreffen, heeft North Sea weerlegd door haar niet-betwiste stelling dat de post ‘schoonmaak algemene ruimte’ niet tevens de bar betreft en op een periode van 3 weken ziet terwijl de bar 12 weken open is geweest en 12 weken schoon moest worden gehouden. De stelling van North Sea dat de kosten van het schoonhouden van de bar dienen te worden begroot op € 2.700,-, rekening houdend met 10 uur schoonmaak in de week tegen een tarief van € 22,50 per uur, is door VOF c.s. niet concreet bestreden, terwijl dit wel op hun weg lag. Tot slot hebben VOF c.s. hun bezwaar tegen de inkoopkosten, tegenover de gemotiveerde betwisting ter zake door North Sea, naar het oordeel van het hof onvoldoende geconcretiseerd. Hun stelling dat ter zake van resterende voorraad een bedrag in mindering moet worden gebracht op de afrekening heeft North Sea weerlegd door haar niet-betwiste stelling dat de eindafrekening niet is gebaseerd op een begin- en een eindvoorraad, maar op het daadwerkelijk verbruik.
‘out of pocket’hoefde te worden aangeschaft. Op zichzelf volgt hieruit niet zonder meer dat afgesproken is dat VOF c.s. de keukenapparatuur om niet inbrengen, maar VOF c.s. stellen niet – laat staan dat zij dit tegenover de gemotiveerde betwisting van North Sea voldoende onderbouwen – dat en op welke wijze uit de afspraken tussen partijen volgt dat voor deze inbreng kosten in de exploitatiebegroting mochten worden betrokken.