ECLI:NL:GHAMS:2020:2058

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 juni 2020
Publicatiedatum
23 juli 2020
Zaaknummer
23-001871-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis in hoger beroep over vrijheid van meningsuiting en betoging

In deze strafzaak stond de vrijheid van meningsuiting en betoging centraal. De verdachte werd door de rechtbank Amsterdam schuldig bevonden, maar zonder strafoplegging. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft het hof het dossier en de argumenten van partijen zorgvuldig bestudeerd.

De advocaat-generaal vorderde dat de verdachte schuldig zou worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof heeft geen nieuwe inzichten verkregen die aanleiding geven het vonnis van de rechtbank te wijzigen. Zowel de beslissingen in het dictum als de motivering, inclusief de verwerping van verweren, worden door het hof onderschreven.

Het arrest bevestigt het eerdere vonnis van 2 mei 2019, waarmee het hoger beroep wordt verworpen. De zaak betreft een delicate afweging tussen strafrechtelijke aansprakelijkheid en de bescherming van fundamentele rechten zoals de vrijheid van meningsuiting en betoging.

Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001871-19
datum uitspraak: 12 juni 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de meervoudige economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-999002-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1990,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft niet geleid tot enig ander inzicht dan wat in het beroepen vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2019 reeds is overwogen en beslist, zowel met betrekking tot de beslissingen in het dictum als met betrekking tot de motivering daarvan, waaronder begrepen de verwerping van verweren. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en de gronden waarop het berust en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. P.C. Römer en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 juni 2020.
Mr. J.L. Bruinsma en mr. P.C. Römer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
====================================================================
[…]