ECLI:NL:GHAMS:2020:215
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.H.F.M. Cortenraad
- H.T. van der Meer
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid eigenaar voor letselschade bouwvakker bij verbouwingsongeval
Een bouwvakker liep op 24 maart 2014 ernstig oog- en aangezichtsletsel op tijdens hijswerkzaamheden aan een woning die in eigendom was van appellant. De werkzaamheden werden uitgevoerd in het kader van de bedrijfsmatige verhuur van woonruimte door appellant, waarbij een vaste klusjesman anderen inschakelde, waaronder de bouwvakker.
De kantonrechter stelde appellant aansprakelijk op grond van niet-nakoming van zijn zorgplicht als werkgever. In hoger beroep betwistte appellant het bestaan van een arbeidsovereenkomst en aansprakelijkheid, maar het hof oordeelde dat geen arbeidsovereenkomst bestond vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding en directe loonbetaling.
Desondanks is appellant aansprakelijk op grond van artikel 7:658 lid 4 BW Pro, omdat de werkzaamheden plaatsvonden binnen de uitoefening van zijn bedrijf en hij zijn zorgplicht niet is nagekomen. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant tot vergoeding van immateriële schade van € 25.000 en materiële schade nader op te maken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot vergoeding van immateriële en materiële schade van geïntimeerde.