Het huwelijk van partijen werd ontbonden in 2015, waarbij zij afspraken maakten over kinderalimentatie die bewust afweek van wettelijke maatstaven. De man verzocht om verlaging van de alimentatie met ingang van december 2017, stellende dat zijn financiële situatie was verslechterd. De vrouw betwistte dit.
Het hof oordeelde dat partijen bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven en dat het beroep op wijziging van de overeenkomst op die grond niet toekomt aan de man. Daarnaast kon de man onvoldoende inzicht geven in zijn inkomsten en schulden, waardoor niet kon worden vastgesteld dat sprake was van een wijziging van omstandigheden die een aanpassing rechtvaardigt.
De man had geen financiële stukken overgelegd die zijn draagkracht konden aantonen, ondanks gemotiveerde betwisting door de vrouw. Het hof concludeerde dat de bestreden beschikking, waarin het verzoek van de man werd afgewezen, moet worden bekrachtigd.