ECLI:NL:GHAMS:2020:2215
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in vereniging met voorbedachte raad
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling in vereniging met voorbedachte raad. De tenlastelegging betrof een incident op 17 juli 2017 te Amsterdam waarbij verdachte samen met anderen zou hebben geslagen en geschopt.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was en stelde subsidiair noodweer te hebben gepleegd. Het Openbaar Ministerie vorderde vrijspraak van de strafverzwarende omstandigheid maar handhaafde de schuldvraag en verwierp het noodweerverweer.
Het hof constateerde dat de verklaringen van de benadeelde en de verdachte wezenlijk van elkaar verschillen en dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld wie het geweld is begonnen en wat de aard daarvan was. Dit is essentieel voor de beoordeling van wederrechtelijkheid en schuld. Daarom sprak het hof verdachte vrij.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, die in eerste aanleg deels was toegewezen. Nu verdachte werd vrijgesproken, verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling in vereniging met voorbedachte raad.