ECLI:NL:GHAMS:2020:2221
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rijden onder invloed wegens onvoldoende bewijs bestuurder
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte op 14 februari 2014 te Zandvoort als bestuurder van een personenauto onder invloed van alcohol reed. De politierechter veroordeelde verdachte aanvankelijk tot een geldboete, waarna hoger beroep en cassatie volgden. De Hoge Raad wees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling.
Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat een andere persoon, de broer van verdachte, zich op het moment van aanhouding had geïdentificeerd met het identiteitsbewijs van verdachte. Deze broer verklaarde ter zitting dat hij de auto had bestuurd en geleend van de eigenaar. Ook de eigenaar bevestigde dat hij de broer kende, niet de verdachte.
Gezien deze verklaringen en de bewijsmiddelen kon het hof niet vaststellen dat verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde rijden onder invloed van alcohol.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij de auto bestuurde onder invloed van alcohol.