ECLI:NL:GHAMS:2020:2284

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 augustus 2020
Publicatiedatum
17 augustus 2020
Zaaknummer
23-003541-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 73 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 1, derde lid Wegenverkeerswet 1994Art. 395a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs gebruik rijstrook met rood kruis op A4

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Haarlem inzake het rijden op een rijstrook met een rood kruis op de A4 te Badhoevedorp op 27 maart 2017.

De verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij als bestuurder geen gevolg gaf aan het verbod van het rode kruis boven de rijstrook. Subsidiair werd hem verweten dat hij als eigenaar of houder van het voertuig verantwoordelijk was voor het feit dat een onbekende bestuurder dit verbod overtrad.

Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde. Uit het onderzoek bleek dat de broer van verdachte de bestuurder was die reed op de rijstrook met het rode kruis, hetgeen door de broer ook was bekend. Daarnaast achtte het hof niet bewezen dat sprake was van een onbekende bestuurder.

Het hof vernietigde tevens de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en sprak verdachte vrij, waarmee het openbaar ministerie in hoger beroep niet werd gevolgd.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het rijden op een rijstrook met rood kruis en van het subsidiair ten laste gelegde.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003541-18
datum uitspraak: 29 juli 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Haarlem van 10 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 96-142836-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 juli 2020.
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 27 maart 2017, te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A4, als bestuurder van een personenauto, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt, immers heeft hij op die weg een rijstrook gebruikt, terwijl zich boven die rijstrook een rijstrooklicht met een (verlicht) rood kruis bevond;
subsidiair
een bij de ontdekking van het hierna omschreven strafbaar feit onbekend gebleven bestuurder van een personenauto, gekentekend [kenteken], op of omstreeks 27 maart 2017, te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A4, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt, immers heeft de bestuurder op die weg een rijstrook gebruikt, terwijl zich boven die rijstrook een rijstrooklicht met een (verlicht) rood kruis bevond, terwijl verdachte toen eigenaar of houder, als bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994, van dat motorvoertuig was;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering. Het hof komt voorts tot een andere beslissing dan de kantonrechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair tenlastegelegde is bewezen, kortgezegd, omdat de verdachte niet zelf heeft verklaard wie er heeft gereden. De advocaat-generaal vordert dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf.

Vrijspraak

Primair tenlastegelegde
Gebleken is dat het niet de verdachte was die op een rijstrook met daarboven een rood kruis heeft gereden nu dit zijn broer, die dit ook heeft bekend, blijkt te zijn geweest. De verdachte zal dan ook van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Subsidiair tenlastegelegde
Gelet op alle specifieke omstandigheden van het geval acht het hof niet bewezen dat in het onderhavige geval sprake is van “een onbekend gebleven bestuurder van een personenauto” als bedoeld in de tenlastelegging.
De verdachte zal daarom eveneens van het subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 10 april 2017 onder CJIB nummer 9132 5420 0290 3231.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema. mr. P.F.E. Geerlings en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 juli 2020.
De griffier en jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]