Uitspraak
1.[notaris] ,
[oud-notaris],
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft een hoger beroep van klager tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat, die zijn klacht tegen een notaris en een oud-notaris ongegrond heeft verklaard. De klacht hield onder meer in dat de oud-notaris nalatig zou zijn geweest in de verdeling van het saldo van de nalatenschap en dat declaraties van het notariskantoor zonder toestemming van klager van de ervenrekening zouden zijn voldaan.
De feiten betreffen de nalatenschap van de moeder van klager, die in 2014 overleed. De nalatenschap omvatte onder meer een appartement, een huis in het buitenland en liquide middelen. De oud-notaris was executeur voor de Nederlandse bestanddelen van de nalatenschap. Klager had de nalatenschap beneficiair aanvaard, terwijl zijn zusters deze zuiver aanvaardden.
Het hof overwoog dat de oud-notaris zorgvuldig had gehandeld door het verzoek van klager om de waarborgsom op de derdengeldrekening te storten af te wijzen, omdat hij geen executeur was voor het buitenlandse huis. De oud-notaris hield de ervenrekening aan om lopende kosten en belastingen te betalen en stuurde tijdig rekening en verantwoording aan de erfgenamen. De declaraties waren aan klager per e-mail toegezonden, maar klager had geen bezwaar gemaakt.
Een nieuw ingebrachte klacht van klager over het ontbreken van toestemming voor betaling van lopende kosten werd niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigde de eerdere beslissing en verklaarde de klacht ongegrond.
Uitkomst: De klacht van klager tegen de notarissen wordt ongegrond verklaard en het beroep wordt verworpen.