Uitspraak
1.[notaris] ,
[kandidaat-notaris],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Standpunt van klaagster
4.Beoordeling
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat waarin klachten tegen een notaris en een kandidaat-notaris werden afgewezen. De klachten betreffen de wijziging van het testament van haar oom, de erflater, die volgens klaagster wilsonbekwaam zou zijn geweest door opname in een verpleeghuis.
De erflater had in 2015 en 2017 testamenten laten opmaken door de kandidaat-notaris, waarbij de executeurs en erfgenamen werden gewijzigd. Klaagster betwistte de wilsbekwaamheid van de erflater bij de laatste wijziging en vroeg inzage in een mogelijk bestaand testament uit 2009.
Het hof overweegt dat de kandidaat-notaris voldoende alert was op de wilsbekwaamheid en geen aanleiding had tot verder onderzoek, mede omdat hij niet op de hoogte was van de opnamebeschikking. Ook het ontbreken van inzage in een niet-onderbouwd testament uit 2009 is niet onrechtmatig. De klacht tegen de notaris als werkgever wordt eveneens ongegrond verklaard. Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het uitbreiden van haar klacht in hoger beroep.
Het hof bevestigt daarmee de eerdere beslissing en verklaart alle klachten ongegrond.
Uitkomst: Alle klachten van klaagster tegen de notaris en kandidaat-notaris worden ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.