ECLI:NL:GHAMS:2020:2442
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging executoriale verkoop verhypothekeerde woning ondanks betwisting betalingsachterstand
Appellant kocht in 2001 een woning en sloot een hypothecaire kredietovereenkomst met ING. Na betalingsachterstanden in 2003 en 2005 heeft ING de woning executoriaal verkocht. Appellant stelde dat de betalingsachterstand al in 2003 was ingelopen en dat ING onrechtmatig handelde door de woning onderhands onder de marktwaarde te verkopen en het huurbeding onterecht in te roepen.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat appellant de bewijslast draagt voor zijn stelling dat ING onrechtmatig heeft gehandeld. ING heeft voldoende bewijs geleverd van de betalingsachterstanden en het recht tot executoriale verkoop. Het overzicht van 2011 waarop appellant zich beroept, betreft slechts één leningdeel en is onvolledig.
Verder was appellant zonder toestemming van ING de woning gaan verhuren, waardoor het huurbeding terecht is ingeroepen. Ook is niet aannemelijk dat de woning voor een hogere prijs had kunnen worden verkocht. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door ING.