ECLI:NL:GHAMS:2020:2457

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 augustus 2020
Publicatiedatum
11 september 2020
Zaaknummer
23-002853-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest wegens verzuim in dictum over voorarrestvermindering

In dit herstelarrest corrigeert het gerechtshof Amsterdam een evidente vergissing in het dictum van het arrest gewezen op 27 augustus 2020. In het oorspronkelijke arrest was verzuimd te bepalen dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in mindering dient te worden gebracht op de opgelegde gevangenisstraf, tenzij deze tijd reeds op een andere straf is verrekend.

Het hof acht deze correctie noodzakelijk vanwege de mogelijke gevolgen voor de executie van de straf. Het betreft een eenvoudige herstelmaatregel die het arrest in overeenstemming brengt met de wettelijke voorschriften, met name artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee rechters niet in staat waren het arrest mede te ondertekenen. De griffier was aanwezig bij de openbare terechtzitting op 28 augustus 2020.

Uitkomst: Het dictum van het arrest wordt hersteld door toevoeging dat de tijd van voorarrest in mindering wordt gebracht op de opgelegde gevangenisstraf.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-002853-18
Arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 augustus 2020 tot herstel van het arrest gewezen op
27 augustus 2020 op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van
26 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-665018-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 1969,
adres: [adres].

Fout in dictum

In voormeld arrest is in het dictum abusievelijk verzuimd te bepalen dat de tijd die de verdachte in de onderhavige zaak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering dient te worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de mogelijke gevolgen van deze misslag voor de executie, zijn eerder gedane uitspraak hersteld dient te worden door verbetering van het dictum. Het betreft een evidente vergissing, die zich leent voor eenvoudig herstel.

Beslissing

Het hof:
Herstelt het dictum van het op 27 augustus 2020 in deze zaak gewezen arrest in dier voege dat daaraan wordt toegevoegd:
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. C.N. Dalebout en mr. J.J.J. Schols, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
28 augustus 2020.
mr. J.H.C. van Ginhoven en mr. J.J.J. Schols zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.