ECLI:NL:GHAMS:2020:2520
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en terugbetalingsverplichting wegens teveel betaalde alimentatie
In deze civiele zaak ging het om een geschil over kinderalimentatie en de vraag of de vrouw een terugbetalingsverplichting had wegens teveel ontvangen alimentatie. Het hof bevestigde dat de man vanaf 5 april 2019 maandelijks €146 aan kinderalimentatie moet betalen. De vrouw betwistte een terugbetalingsverplichting en stelde dat zij de bedragen al had geconsumeerd ten behoeve van het kind en niet in staat was terug te betalen vanwege haar ziekte en beperkte inkomen.
De man stelde dat hij €3.000 had betaald terwijl zijn betalingsverplichting €2.482 bedroeg, waardoor de vrouw €518 moest terugbetalen. Het hof oordeelde dat de vrouw haar betwisting onvoldoende had onderbouwd en dat zij redelijkerwijs de terugbetaling kon verrichten. Het verzoek van de vrouw om de ingangsdatum van de terugbetalingsverplichting te wijzigen werd afgewezen vanwege te late indiening en gebrek aan grond.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de kinderalimentatie betrof en stelde de alimentatieverplichting en terugbetalingsverplichting vast. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man moet €146 per maand kinderalimentatie betalen vanaf 5 april 2019 en de vrouw moet €518 teveel ontvangen alimentatie terugbetalen.