Uitspraak
[C] ,
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, kantoorhoudende te Wassenaar,
mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag.
1.Het verloop van het geding
2.De gronden van de beslissing
Voor de goede orde zij erop gewezen dat zulks niet reeds voortvloeit uit het voor tussenvonnissen geschreven artikel 337 lid 2 Rv Pro, aangezien het in artikel 339 bedoelde Pro vonnis reeds een toewijzing inhoudt van het gevorderde en in zoverre in het dictum een eind maakt aan (tenminste een deel van) het gevorderde en op die grond beschouwd kan worden als (deel)eindvonnis. Inhoudelijk sluit de voorgestelde regeling geheel aan bij artikel 337 lid 2 Rv Pro.”