ECLI:NL:GHAMS:2020:2581
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken van grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 september 2020 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 1 augustus 2019. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek dat door of namens verdachte geen schriftelijke grieven waren ingediend en ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis waren opgegeven.
Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat dat een onderzoek in hoger beroep rechtvaardigt. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters P.C. Römer, J.L. Bruinsma en J.J.J. Schols. De griffier was aanwezig maar kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.