ECLI:NL:GHAMS:2020:2620
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid cessie en rechthebbendheid in bankgarantiegeschil
In deze civiele zaak vordert [X] Nieuw betaling van bedragen die volgens haar onterecht onder een bankgarantie zijn getrokken. De kern van het geschil betreft de vraag of [X] Nieuw rechthebbende is van de vorderingen via een cessie van [X] Oud.
Het hof onderzoekt de geldigheid van de cessieakte van 7 oktober 2015 en de onderliggende koopovereenkomst tussen [X] Oud en [X] Nieuw. Hoewel de cessieakte voorwaardelijk is en mededeling aan geïntimeerden heeft plaatsgevonden, ontbreekt een geldige titel omdat het contract ongedateerd is en niet kan worden vastgesteld dat deze vóór of gelijktijdig met de cessieakte tot stand kwam.
De mogelijkheid van bekrachtiging op grond van artikel 3:58 BW Pro wordt verworpen omdat onmiddellijk belanghebbenden de cessie gemotiveerd betwisten. Gevolg is dat [X] Nieuw geen rechthebbende is en haar vorderingen, behalve die tegen geïntimeerde sub 8, worden afgewezen. [X] Nieuw wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van [X] Nieuw worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige cessie, behalve tegen geïntimeerde sub 8 die wordt veroordeeld tot betaling.