ECLI:NL:GHAMS:2020:2642
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs scheepsbeheerder vissersschip op Noordzee
In hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De verdachte, een besloten vennootschap die als financiële holding fungeert, werd ten laste gelegd dat zij als scheepsbeheerder van het vissersschip op of omstreeks 2 mei 2017 niet voldeed aan de bemanningsvereisten volgens de Wet zeevarenden.
De verdediging voerde aan dat de verkeerde rechtspersoon was gedagvaard, aangezien de scheepseigenaar een andere vennootschap was. Het hof oordeelde dat dit geen grond voor niet-ontvankelijkheid bood en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk.
Uit het handelsregister en overgelegde visvergunning bleek dat een andere vennootschap de eigenaar en vergunninghouder van het schip was. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte als scheepsbeheerder moest worden aangemerkt. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Het arrest werd gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 september 2020. De eerdere strafbeschikking werd vernietigd en het vonnis van de politierechter werd vervangen door deze vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken bewijs dat zij als scheepsbeheerder van het vissersschip fungeerde.