De verdachte werd beschuldigd van het besturen van een tweewielige bromfiets onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 675 microgram per liter op 16 september 2018 te Zaandam.
In hoger beroep voerde de verdachte een alternatief scenario aan dat hij pas alcohol had genuttigd nadat hij de woning was binnengegaan en de vordering tot medewerking aan een ademtest niet had gehoord. Het hof achtte dit scenario niet aannemelijk op basis van het proces-verbaal en de verklaringen van de verbalisanten, die onder meer constateerden dat de adem van de verdachte naar alcohol rook en zijn ogen bloeddoorlopen waren.
Een getuige verklaarde dat hij een fles wodka aan de verdachte had gegeven, maar het hof vond deze verklaring niet geloofwaardig gezien het dossier. Het hof verklaarde het tenlastegelegde bewezen en strafbaar, en veroordeelde de verdachte tot een geldboete van 420 euro en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
De ontzegging van de rijbevoegdheid werd geheel voorwaardelijk opgelegd vanwege het tijdsverloop en persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met een aangepaste strafoplegging.