Uitspraak
mr. S.D. Bhagwandinte Nieuw-Vennep,
mr. W. Doorninkte Hoorn.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, voormalig geregistreerd partners, hebben twee minderjarige kinderen en oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Na ontbinding van het partnerschap is een zorgregeling overeengekomen waarbij de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij beide ouders is verdeeld. In juli 2019 ontstond een conflict over de veiligheid en opvoedsituatie bij de man, waarna de vrouw de kinderen niet aan de man wilde meegeven.
De voorzieningenrechter veroordeelde de vrouw tot nakoming van de zorgregeling onder dreiging van een dwangsom. In hoger beroep betwistte de vrouw deze dwangsom en vorderde onder meer schorsing van de zorgregeling en wijziging van de hoofdverblijfplaats van een kind. Het hof oordeelde dat de zorgregeling moet worden nageleefd, maar dat het verbinden van een dwangsom niet langer passend is gezien de situatie en de betrokken hulpverlening.
Het hof nam mee dat partijen afspraken hadden gemaakt over de opbouw van contact, dat hulpverlening intensief betrokken is en dat een bodemprocedure loopt waarin de zorgregeling mogelijk wordt aangepast. Het hof vernietigde daarom het vonnis voor zover het de dwangsom oplegde, wees de dwangsomvordering af, bekrachtigde het overige vonnis en compenseerde de kosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de dwangsom bij nakoming van de zorgregeling maar bevestigt dat partijen de regeling moeten naleven.