ECLI:NL:GHAMS:2020:2804

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 september 2020
Publicatiedatum
26 oktober 2020
Zaaknummer
23-001098-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 2 september 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 28 april 2020. De verdachte, geboren in 1997, was gedetineerd en had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Tijdens de procedure heeft de advocaat-generaal verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.

De verdachte heeft op 14 juli 2020 kenbaar gemaakt zijn hoger beroep te willen intrekken. Echter was intrekking niet meer mogelijk omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 23 juni 2020 was aangevangen. Het hof concludeerde dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenste te handhaven en dat er geen rechtens te respecteren belang was bij voortzetting van het onderzoek.

Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, analoog aan artikel 416, tweede lid, Sv. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 september 2020.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van bezwaren na aanvang onderzoek ter terechtzitting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001098-20
datum uitspraak: 2 september 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw, na aanhouding niet verschenen)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 april 2020 in de strafzaak onder parketnummer
13-099661-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1997,
thans gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
2 september 2020.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Bij akte van 14 juli 2020 heeft de verdachte te kennen doen geven het door hem ingestelde hoger beroep te willen intrekken. Intrekking van het hoger beroep is evenwel niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere terechtzitting – te weten: op 23 juni 2020 – is aangevangen. Het hof leidt uit de akte echter af dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, analoog aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. J.J.I. de Jong en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 september 2020.
mr. J.W.P. van Heusden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.