Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
;
;
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 14 januari 2020 uitspraak gedaan over het hoger beroep van de Raad voor de Kinderbescherming tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2019. De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind A], een minderjarige die onder toezicht is gesteld vanwege ernstige zorgen over zijn veiligheid en ontwikkeling.
De moeder van [kind A] betwistte de noodzaak van verlenging en stelde dat thuisplaatsing mogelijk is met ambulante hulpverlening. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) voerden aan dat de veiligheid en stabiliteit van [kind A] in het pleeggezin noodzakelijk zijn, mede vanwege zijn gedragsproblemen en de complexe gezinssituatie, waaronder een strafrechtelijke veroordeling van de vader voor seksueel misbruik.
Het hof overwoog dat er ernstige zorgen zijn over [kind A] en dat het noodzakelijk is de uitkomsten van een nog lopend NIFP-onderzoek af te wachten om duidelijkheid te krijgen over de opvoedcapaciteiten van de moeder en de veiligheid thuis. Gezien de onrust en het zorgelijke gedrag van [kind A] acht het hof verlenging van de uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek van de Raad toegewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van [kind A] is verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 23 augustus 2020.