ECLI:NL:GHAMS:2020:2872
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- A.N. van de Beek
- A.M. van Amsterdam
- H.A. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens tardiviteit in ondernemingskamerprocedure
Verzoeksters dienden op 7 september 2020 een wrakingsverzoek in tegen raadsheren A.J. Wolfs en A.W.H. Vink van de ondernemingskamer, vanwege vermeende vooringenomenheid en schijn van partijdigheid in een lopend geschil over bestuur en vergoeding binnen meerdere besloten vennootschappen.
De Ondernemingskamer had eerder op 22 juni 2020 voorzieningen getroffen naar aanleiding van een onderzoek naar wanbeleid en benoemde een commissaris. Verzoeksters voerden aan dat het proces-verbaal en de beschikking een negatief en onvolledig beeld van hun standpunten gaven, en dat de raadsheren betrokken waren bij eerdere beslissingen, wat de schijn van partijdigheid zou wekken.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien verzoeksters al begin juli 2020 kennis hadden van de beschikking en de samenstelling van de zittingscombinatie, terwijl het verzoek pas op 7 september 2020 werd ingediend. De kamer stelde dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is en dat motivering van beslissingen slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geeft tot wraking.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld. De beslissing werd uitgesproken op 26 oktober 2020 door de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen raadsheren wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.