ECLI:NL:GHAMS:2020:3086
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling en verdeling gemeenschap na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in 2014 en hebben twee minderjarige kinderen. Het huwelijk is ontbonden bij beschikking van 23 oktober 2019. De kinderen verblijven bij de vrouw, die ook het hoofdverblijf heeft. De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking inzake kinder- en partnerbijdrage en de verdeling van de gemeenschap.
Het hof verklaart de man ontvankelijk in zijn zelfstandig verzoek tot vaststelling van een zorgregeling, ondanks dat hij in eerste aanleg geen verweer voerde. Partijen stemmen in met een gezag- en omgangsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, die voor 2 mei 2021 een rapport moet uitbrengen. Tot die tijd geldt een tijdelijke omgangsregeling van eenmaal per week contact bij de vrouw thuis.
De kinderbijdrage wordt vastgesteld op €100 per kind per maand met ingang van 1 december 2020, met jaarlijkse indexatie vanaf 1 januari 2022. De partnerbijdrage wordt vernietigd omdat de vrouw haar verzoek heeft ingetrokken. De verdeling van de gemeenschap wordt gewijzigd: inboedel en auto's zijn verdeeld zonder verrekening, schulden worden verdeeld zoals overeengekomen, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt een tijdelijke omgangsregeling vast, wijzigt de kinderbijdrage naar €100 per kind per maand en vernietigt de beschikking over de verdeling van de gemeenschap met nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.