ECLI:NL:GHAMS:2020:3108
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling incassovordering en betwisting facturen bij orderverwerkingsovereenkomst
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde betaling van openstaande facturen voor orderverwerkingswerkzaamheden die hij voor appellant heeft verricht. Appellant betwist de hoogte van de facturen en stelt dat er te veel tijd in rekening is gebracht. Tevens vordert appellant in reconventie schadevergoeding wegens vermeende fouten in de doorgegeven bestellingen.
De kantonrechter heeft de vordering van geïntimeerde toegewezen en de tegenvordering van appellant afgewezen, omdat appellant niet tijdig zijn bezwaren tegen de facturen en de vermeende gebreken heeft geuit. Het hof oordeelt dat artikel 6:89 BW Pro niet van toepassing is op het betwisten van de factuurbedragen, omdat het geen beroep op tekortkoming betreft, maar een verweer tegen de vordering tot nakoming.
Het hof behandelt alsnog het verweer van appellant tegen de hoogte van de facturen en verwerpt dit, omdat appellant onvoldoende onderbouwing geeft voor zijn stelling dat de gefactureerde tijd onredelijk hoog is. Ook wijst het hof de tegenvordering af, omdat appellant onvoldoende concreet heeft toegelicht welke fouten door geïntimeerde zijn gemaakt en waarom deze toerekenbaar zijn.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen omdat er voldoende aanmaningen zijn verzonden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de incassovordering toe, terwijl de tegenvordering wordt afgewezen.