ECLI:NL:GHAMS:2020:3126

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 oktober 2020
Publicatiedatum
18 november 2020
Zaaknummer
23-003540-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak schuldheling zwarte damesfiets wegens ontbreken opzet en onvoorzichtigheid

De verdachte werd beschuldigd van het verwerven en voorhanden hebben van een gestolen zwarte damesfiets, waarbij hij zou hebben geweten of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. In eerste aanleg werd hij veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis.

Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat de verdachte de fiets op 30 maart 2019 had gekocht via een Facebookgroep van een persoon wiens profiel hij grondig had gecontroleerd. De fiets verkeerde in goede staat, inclusief een ongebroken slot met originele sleutel, en de transactie vond plaats bij de woning van de verdachte. Er was geen bewijs dat de verdachte opzettelijk schuldheling pleegde of dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig handelde.

Het hof oordeelde dat de verdachte niet kon worden verweten dat hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets gestolen was. De eerdere strafbeschikking werd vernietigd en de verdachte werd integraal vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuldheling wegens ontbreken van bewijs voor opzet of aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003540-19
datum uitspraak: 8 oktober 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 september 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-075392-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Iran) op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 30 maart 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een goed te weten een (zwarte dames)fiets (van het merk: Gazelle) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het (impliciet) subsidiair tenlastegelegde (schuldheling) zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 300 euro, subsidiair 6 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.

Vrijspraak

De verdachte heeft op 30 maart 2019 in Amsterdam een zwarte damesfiets gekocht van een persoon die het rijwiel op internet via de [groep]” had aangeboden. Deze fiets bleek te zijn gestolen van [slachtoffer]. Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsvrouw van oordeel dat in het dossier en de door de verdachte afgelegde verklaringen geen enkel aanknopingspunt kan worden gevonden voor de gedachte dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets wist van die criminele komaf, zodat niet bewezen kan worden dat de verdachte zich aan de primair tenlastegelegde opzetheling van de fiets heeft schuldig gemaakt.
De vervolgvraag is of de verdachte redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat de fiets van diefstal afkomstig was. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend. Met de raadsvrouw is het hof namelijk van oordeel dat uit het dossier niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets in die mate is tekortgeschoten in de bij dergelijke aankopen geldende onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld. Daarbij betrekt het hof mede dat:
( i) de vraagprijs van de fiets – die in een goede staat verkeerde – weliswaar als relatief laag kan worden aangemerkt, maar dat op de website van de Facebookgroep vaker fietsen die in een min of meer dezelfde staat verkeren met een vergelijkbare vraagprijs worden aangeboden, zoals onder meer blijkt uit de door de raadsvrouw aan het hof overgelegde stukken;
(ii) het hoefijzerslot van de fiets niet was verbroken;
(iii) de fiets aan de verdachte was geleverd met de originele sleutel van het slot;
(iii) de verdachte met de verkoper voor de levering had afgesproken voor zijn eigen woning;
(iv) de verdachte het profiel van de verkoper (grondig) had gecontroleerd om zich ervan te vergewissen dat het geen ‘nepaccount’ betrof;
( v) het uiterlijk van de persoon op de foto van het account ook daadwerkelijk overeen bleek te komen met degene die de fiets aan de verdachte had verkocht.
De subsidiair tenlastegelegde schuldheling kan dus evenmin wettig en overtuigend worden bewezen.
Gelet op het voorgaande zal de verdachte integraal van het hem tenlastegelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 8 april 2020 onder CJIB -nummer 8132 5420 0354 3210.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. C.N. Dalebout en mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 oktober 2020.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
========================================================================
[…]