ECLI:NL:GHAMS:2020:3292

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2020
Publicatiedatum
9 december 2020
Zaaknummer
23-004356-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in Johan Cruijff Arena

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van een persoon op 11 augustus 2018 in Amsterdam.

De benadeelde verklaarde dat zij plotseling haar arm voelde overstrekken en letsel opliep aan haar schouder. Getuigenverklaringen waren tegenstrijdig: sommige getuigen zeiden dat verdachte de benadeelde mishandelde, terwijl anderen aangaven dat een andere persoon betrokken was of dat de benadeelde zelf om zich heen sloeg.

Het hof oordeelde dat op basis van het dossier en de verklaringen niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte het letsel heeft veroorzaakt en dat dit opzettelijk was. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen omdat de mishandeling niet bewezen was. Beide partijen dragen hun eigen kosten.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 november 2020.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling en de schadevordering van de benadeelde is afgewezen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004356-18
datum uitspraak: 11 november 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-159144-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
28 oktober 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 11 augustus 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft mishandeld door deze te slaan en/of te duwen tegen de schouder en/of de arm, in elk geval tegen het lichaam van die [benadeelde].

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft (primair) vrijspraak bepleit.

Vrijspraak

De aangeefster heeft over het incident op 11 augustus 2018 in de Johan Cruijff Arena verklaard: “Ik voelde dat mijn arm ineens naar achteren overstrekte. Ik heb niet gezien hoe dat precies gebeurde, maar er kwam iemand tegen mijn arm aan”. Nadat was gebleken dat aangeefster letsel had (haar schouder was uit de kom), zijn enkele getuigen gehoord. De verklaringen van deze getuigen komen niet overeen met de verklaring van de aangeefster, nu de getuigen bij de politie hebben verklaard dat de verdachte aangeefster zou hebben
geslagen. Nader gehoord bij de raadsheer-commissaris verklaarde de getuige [getuige 1] dat het ging om een aangehouden persoon die ‘in de lift om zich heen begon te slaan’. Daarnaast verklaarde deze getuige dat hij weken na het incident van aangeefster gehoord heeft dat iemand anders (het hof begrijpt: dan de verdachte) haar heeft duwde, ‘ze had een soort duw gevoeld’. De getuige [getuige 2] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat zijn verklaring bij de politie juist is, en dat hij heeft gezien dat aangeefster een klap kreeg van de verdachte.
Het hof is van oordeel dat op basis van de inhoud van het dossier en hetgeen door de verdachte ter zitting is verklaard niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld wie aangeefster letsel en pijn heeft toegebracht en of dat ook opzettelijk was.
Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De verdachte wordt vrijgesproken ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. M. Lolkema en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van
mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
11 november 2020.
Mr. Greve en mr. Bordenga zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]