ECLI:NL:GHAMS:2020:3300

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 december 2020
Publicatiedatum
9 december 2020
Zaaknummer
23-003153-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 180 SrArt. 181 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling wegens wederspannigheid met lichamelijk letsel jegens politieambtenaren

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor wederspannigheid met geweld tegen twee politieambtenaren die hem vorderden een identiteitsbewijs te tonen. In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis van de politierechter vernietigd en zelf opnieuw recht gedaan.

Het hof achtte bewezen dat de verdachte zich op 11 juni 2018 te Amsterdam met geweld verzette tegen de politieambtenaren door zich krachtig in tegengestelde richting te bewegen en een transportboei weg te slaan, waarbij een ambtenaar een schaafwond opliep. De overige tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard.

De strafbaarheid van het bewezenverklaarde werd bevestigd, evenals de strafbaarheid van de verdachte. Het hof legde een geldboete van €500 op, bij niet-betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis. Het hof nam mee dat de verdachte zich verzette tegen zijn aanhouding, dat dergelijk gedrag het gezag van politie ondermijnt en dat hij niet eerder was veroordeeld.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 december 2020. Mr. Van Die was afwezig voor ondertekening.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €500, bij niet-betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis wegens wederspannigheid met geweld tegen politieambtenaren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003153-19
datum uitspraak: 2 december 2020
VERSTEK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-144901-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 november 2020.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 11 juni 2018 te Amsterdam, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, [verbalisant 1], hoofdagent van politie en.of [verbalisant 2], agent van politie, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, te weten het vorderen een identieteitsbewijs, door dat die [verdachte] zich los probeerde te rukken en/of zich in tegen gestelde richting probeerde te bewegen en/of zijn arm met kracht in tegengestelde richting strekte en/of een transportboei wegsloeg, terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een schaafwond op een vinger bij die [verbalisant 1] ten gevolge heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 11 juni 2018 te Amsterdam zich met geweld heeft verzet tegen twee ambtenaren, [verbalisant 1], hoofdagent van politie en [verbalisant 2], agent van politie, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten het vorderen van een identiteitsbewijs, doordat die [verdachte] zich in tegengestelde richting probeerde te bewegen en zijn arm met kracht in tegengestelde richting strekte en een transportboei wegsloeg, terwijl dit misdrijf en de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een schaafwond op een vinger bij die [verbalisant 1], ten gevolge heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
Wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmee gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 500,00, bij niet betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft in het geval van veroordeling in hoger beroep gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich verzet tegen zijn aanhouding en heeft daarbij geweld gebruikt tegen een politieambtenaar. Dergelijk gedrag is ernstig, niet alleen omdat hiermee het werk van de politie wordt bemoeilijkt, maar ook omdat de desbetreffende ambtenaar erdoor in zijn gezag wordt aangetast. Bovendien getuigt dergelijk gedrag jegens politieambtenaren in functie van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Politieambtenaren verrichten in onze samenleving een belangrijke publieke taak die gerespecteerd dient te worden. Burgers hebben mee te werken met de politie, ook wanneer zij worden staande gehouden of aangehouden.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van
5 november 2020, waaruit blijkt dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een boete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 180 en 181 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. P.C. Römer en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van
mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 december 2020.
Mr. Van Die is buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]