Uitspraak
mr. L.P.M. van Erp, kantoorhoudende te Oss,
mr. L.M. Dressel, kantoorhoudende te Best.
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven met producties van 27 maart 2018;
- memorie van antwoord van 5 juni 2018.
2.De feiten
3.De gronden van de beslissing
Grief 3bestrijdt [A] terecht het oordeel van de rechtbank dat toepassing van artikel 3:300 BW Pro een effectieve maatregel is die minder verstrekkend is dan uittreding van [A] als aandeelhouder. Die bepaling biedt geen oplossing voor een patstelling binnen het bestuur van een vennootschap die zich hier voordoet.