ECLI:NL:GHAMS:2020:338
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Römer
- S. Clement
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering met correctie berekening gijzelingstermijn
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2019. De betrokkene was veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De advocaat-generaal vorderde een hogere ontnemingssom gebaseerd op twee oogsten, terwijl de verdediging stelde dat de investeringskosten volledig in mindering moesten worden gebracht.
Het hof oordeelde dat slechts sprake was van één gerealiseerde oogst waaruit voordeel was genoten en verwierp het verweer dat de oogst was mislukt. Daarnaast stelde het hof vast dat niet de totale investeringskosten, maar slechts de afschrijvingskosten voor de oogst in mindering konden worden gebracht. De door de verdediging aangevoerde kostenbetalingen aan Liander waren onvoldoende onderbouwd en konden niet worden meegenomen.
Ten aanzien van de draagkracht van de betrokkene overwoog het hof dat dit in beginsel pas in de executiefase aan de orde komt en dat onvoldoende was gebleken dat de betrokkene op dit moment en in de toekomst geen draagkracht heeft. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en paste de berekening van de maximale duur van de gijzeling aan op basis van de per 1 januari 2020 in werking getreden wetgeving.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en past de berekening van de gijzelingstermijn aan op maximaal 1.080 dagen.