Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 1 december 2020 de beschikking van de kinderrechter van 31 maart 2020 bekrachtigd waarbij twee minderjarige kinderen onder toezicht zijn gesteld van een gecertificeerde instelling. De ondertoezichtstelling is gebaseerd op artikel 1:255 lid 1 BW Pro en betreft ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen.
De (pleeg)ouders waren in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en stelden dat niet voldaan was aan de gronden voor ondertoezichtstelling. Zij verwezen onder meer naar hun medewerking aan hulpverlening, het ontbreken van psychiatrische problematiek en het ontbreken van bewijs voor bedreiging van de gezondheid van de kinderen. De raad voerde aan dat vrijwillige hulp onvoldoende was en dat er grote zorgen waren over de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen, mede door het niet volledig delen van informatie door de (pleeg)ouders.
Het hof overwoog dat ondanks positieve ontwikkelingen en medewerking van de (pleeg)ouders, er nog steeds ernstige zorgen bestaan over de medische voorgeschiedenis, het gebruik van kalmerende middelen bij een van de kinderen, en het ontbreken van volledige informatie-uitwisseling tussen betrokken instanties. Het hof achtte een overgangsperiode met toezicht door een regiehouder noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.
Op grond van deze overwegingen concludeerde het hof dat de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en bekrachtigde het de bestreden beschikkingen. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door mr. M.T. Hoogland.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen tot 31 maart 2021.