ECLI:NL:GHAMS:2020:3489
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in artikel 12 Sv procedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het gerechtshof Amsterdam, omdat hij meende dat zij niet onpartijdig waren in de behandeling van vier klaagschriften op grond van artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering. Hij stelde dat de raadsheren weigerden de beklaagden op te roepen voor raadkamerbehandeling, waardoor belastend bewijs niet kon worden verkregen, en dat zij niet reageerden op diverse verzoeken en vragen.
De raadsheren gaven aan dat het wrakingsverzoek prematuur was omdat nog niet was beslist over het oproepen van beklaagden. De wrakingskamer oordeelde dat het niet oproepen van beklaagden op de geplande datum niet betekende dat zij niet alsnog zouden worden opgeroepen, en dat de raadsheren de verzoeker hadden geïnformeerd dat de besproken punten in raadkamer aan de orde zouden komen.
Verder wees de wrakingskamer nieuwe wrakingsgronden die na de oorspronkelijke indiening waren ingebracht af wegens niet tijdige indiening. Gelet op de vaste rechtspraak werd de onpartijdigheid van de rechters vermoed en ontbraken uitzonderlijke omstandigheden die dit vermoeden konden weerleggen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de niet tijdig ingediende wrakingsgronden niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd genomen door drie raadsheren, ondertekend door de oudste raadsheer en griffier, zonder aanwezigheid van de voorzitter en jongste raadsheer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en niet tijdig ingediende wrakingsgronden worden niet-ontvankelijk verklaard.