ECLI:NL:GHAMS:2020:3584
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging verbod verhandeling bankmodel
Rofra Meubelen Project B.V. is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin haar schadevordering wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging van een verbod op de verkoop van het bankmodel 'Dante' werd afgewezen. IMS Benelux B.V. had in kort geding een verbod afgedwongen tegen Rofra om de verhandeling van de Dante-bank te staken, maar dit vonnis werd later in hoger beroep vernietigd.
Rofra vordert vergoeding van de schade die zij heeft geleden door de onrechtmatige tenuitvoerlegging van het verbod. IMS voert verweer dat de omzetderving is gecompenseerd door de verkoop van gelijkende modellen, de 'Edmonton' en de nieuw geïntroduceerde 'Columbus'. De rechtbank had dit verweer gehonoreerd en de schadevordering afgewezen.
Het hof oordeelt dat de modellen Edmonton en Columbus voldoende vergelijkbaar zijn met de Dante en dat het causaal verband tussen de omzet uit deze modellen en het wegvallen van de Dante is gegeven. Hierdoor is het voordeel uit de vervangende omzet op grond van artikel 6:100 BW Pro verrekenbaar met de schade. Wel wijst het hof een vergoeding toe voor de door Rofra gemaakte kosten voor het verwijderen van de Dante uit het assortiment en het ontwikkelen van het vervangende model, geschat op €21.850, plus €1.200 aan accountantskosten.
Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en IMS wordt veroordeeld tot betaling van €23.050 met rente en proceskosten. Tevens moet IMS aan Rofra terugbetalen wat Rofra eerder aan IMS heeft voldaan uit hoofde van het vernietigde vonnis.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst Rofra een schadevergoeding toe van €23.050 met rente wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging van het verbod op de verkoop van het bankmodel Dante.