ECLI:NL:GHAMS:2020:3614
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht grootmoeder met minderjarige wegens ernstig nadeel ontwikkeling
De zaak betreft een hoger beroep van de grootmoeder tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die haar het recht op omgang met haar kleinkind ontzegt. Het kind is sinds 2017 uit huis geplaatst en verblijft in een pleeggezin. De grootmoeder had eerder begeleide omgang, maar door conflicten en onwenselijk gedrag is dit contact problematisch geworden.
De GI verzocht de ontzegging van het omgangsrecht wegens ernstig nadeel voor het kind. De rechtbank oordeelde dat de grootmoeder niet in staat is haar emoties bij het kind weg te houden en dat de aanwezigheid van de vader tijdens omgangsmomenten schadelijk is. De grootmoeder weigert de vader buiten de omgang te houden, wat leidt tot escalaties en gedragsproblemen bij het kind.
Het hof bevestigt dat de omgang met de grootmoeder ernstige negatieve gevolgen heeft voor het kind, die zich uiten in gedragsproblemen en terugval. De rust sinds het uitblijven van contact met de grootmoeder en vader is gunstig voor het kind. Daarom bekrachtigt het hof de ontzegging van het omgangsrecht voor onbepaalde tijd, met het advies dat de grootmoeder zich begeleidbaar opstelt om ruimte te scheppen voor toekomstig contactherstel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontzegging van het omgangsrecht van de grootmoeder met het kind wegens ernstig nadeel voor diens ontwikkeling.