Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
), ingekomen op 31 maart 2020;
3.De feiten
met uitsluiting van elke gemeenschap van goederengehuwd.
“Er bestaat geen stemmingsproblematiek. Het cognitief functioneren is duidelijk verbeterd (. . .). De concentratie is verbeterd. Problemen op het gebied van kortetermijngeheugen die eerder werden waargenomen zijn nagenoeg onveranderd aanwezig. Patiënt ervaart cognitief weinig problemen en wil hier ook maar weinig aandacht aan besteden.”
wettelijke gemeenschap van goederen.
“Man is ernstig ziek geweest en wil nu huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting naar gemeenschap van goederen (. . .) Gewezen op risico na echtscheiding helft moet dan verdeeld (. . .)”
: wijst op risico van echtscheiding/verdelen van vermogens (. . .).
“zeer aannemelijk. Het betreft hier met name het niet kunnen overzien van (juridische) beslissingen. Ik kan niet overzien of er destijds ook sprake was van een ernstige wijziging van emoties.”