ECLI:NL:GHAMS:2020:3721

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2020
Publicatiedatum
5 januari 2021
Zaaknummer
200.278.849/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kostenplafond onderzoek Ondernemingskamer DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek van DU SOLEIL CONSULTANCY B.V. tegen de besloten vennootschap VMV en een belanghebbende. Eerder was een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV vanaf 1 oktober 2016, waarbij drs. P.J. Schimmel RA CFE was benoemd als onderzoeker.

De onderzoeker diende een plan van aanpak in met een kostenbegroting van €40.000 exclusief btw, gebaseerd op een uurtarief van €250 exclusief btw. Beide partijen, vertegenwoordigd door hun advocaten, reageerden op de begroting en gaven aan akkoord te zijn.

De Ondernemingskamer oordeelde dat de begroting voldoende was gespecificeerd en het uurtarief niet onredelijk was gezien de aard en omvang van het onderzoek. Daarom stelde de Kamer het maximale bedrag voor het onderzoek vast op €40.000 exclusief btw en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het maximale bedrag dat het onderzoek mag kosten wordt vastgesteld op €40.000 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 18 december 2020
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat:
mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.

1.Het verloop van het geding

1.1
Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020 en 6 november 2020 in deze zaak.
1.3
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
1.4
De onderzoeker heeft bij e-mail van 9 december 2020 een plan van aanpak van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gezonden. Door middel van het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze hij het aan hem opgedragen onderzoek zal uitvoeren. Daarin is een begroting met specificatie vervat van de kosten die naar verwachting in verband met het onderzoek zullen worden gemaakt. Deze kosten bedragen, inclusief het noodzakelijk inhuren van externe expertise, in totaal € 40.000 exclusief btw. De begroting gaat uit van een uurtarief van € 250 exclusief btw voor de onderzoeker.
1.5
Van de door de Ondernemingskamer aan partijen geboden gelegenheid te reageren op de begroting van de onderzoeker hebben mr. Endtz en mr. Van Ingen namens hun cliënten gebruik gemaakt bij hun e-mailberichten van respectievelijk 9 en 16 december 2020.

2.De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft door middel van de gespecificeerde begroting voldoende toegelicht hoeveel uren naar verwachting door hem aan bepaalde werkzaamheden dienen te worden besteed en welke overige kosten dienen te worden gemaakt. Het uurtarief van de onderzoeker is niet onredelijk, gezien de aard en omvang van de zaak, de te verrichten onderzoekswerkzaamheden en de kennis en ervaring van de onderzoeker. De begroting komt de Ondernemingskamer ook overigens niet onredelijk voor. Mr. Endtz en mr. Van Ingen hebben gemeld dat hun cliënten akkoord zijn met de begroting. De Ondernemingskamer zal het onderzoeksbudget dan ook op basis daarvan vaststellen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. G.C. Makkink op 18 december 2020.