ECLI:NL:GHAMS:2020:3723
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mishandeling levensgezel wegens onvoldoende bewijs en afwijzing schadevergoeding
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van mishandeling van zijn levensgezel in november 2017. De verdachte werd beschuldigd van het slaan en trekken aan het haar van de benadeelde, maar het hof vond onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van de benadeelde partij.
De benadeelde partij had verklaard te zijn geslagen en geschopt door de verdachte en diens zoon, terwijl de verdachte ontkende en stelde te hebben geprobeerd de situatie te sussen. Het hof oordeelde dat het dossier geen enkel aanknopingspunt bevatte dat de verdachte daadwerkelijk de mishandeling had gepleegd, ook niet ondanks een medische verklaring over het letsel.
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering van € 3.880,00, omdat de schuld van de verdachte niet was bewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 augustus 2020 na behandeling van de zaak in mei, juni en augustus 2020.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en schadevordering wordt afgewezen.