ECLI:NL:GHAMS:2020:3881

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
19 april 2021
Zaaknummer
23-002861-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken bewijs deelname aan geweldsincident

In hoger beroep is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde geweldsincident dat plaatsvond op 5 maart 2017 te Den Helder. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege een andere beoordeling van het bewijs.

De tenlastelegging betrof het plegen van geweld in vereniging tegen een benadeelde, waaronder slaan, schoppen en vasthouden. Het hof heeft de camerabeelden die tijdens de terechtzittingen in hoger beroep zijn getoond, zorgvuldig bestudeerd en concludeert dat de verdachte niet actief deelnam aan het geweld, maar juist probeerde de fysieke confrontatie te stoppen.

De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte onderschreven dit oordeel, waardoor het hof de verdachte vrijsprak van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden aan het veroorzaken van de schade.

Het hof bepaalde dat ieder van de partijen zijn eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 6 oktober 2020.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat uit camerabeelden blijkt dat hij de confrontatie wilde stoppen en niet deelnam aan het geweld.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002861-17
datum uitspraak: 6 oktober 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-063123-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juni 2018, 22 oktober 2018, 13 februari 2020 en 22 september 2020.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 5 maart 2017 te Den Helder, openlijk, te weten een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, [winkel] (locatie [adres 2]), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, welk geweld bestond uit het:
  • met zijn haren in het gezicht slaan/zwaaien van [benadeelde] en/of
  • vastpakken en/of op de grond gooien van [benadeelde] en/of
  • zitten op het lichaam van [benadeelde] en/of
  • (met gebalde vuist) in het gezicht slaan van [benadeelde] en/of
  • schoppen met een voet op/tegen het hoofd van [benadeelde] en/of
  • staan met een voet op het hoofd van [benadeelde] en/of
  • staan met de voet op de arm van [benadeelde];
subsidiair:
hij op of omstreeks 5 maart 2017 te Den Helder, althans in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [benadeelde] heeft mishandeld door:
  • het met (zijn) haren in het gezicht slaan/zwaaien van [benadeelde] en/of
  • het vastpakken en/of op de grond gooien van [benadeelde] en/of
  • het zitten op het lichaam van [benadeelde] en/of
  • het (met gebalde vuist) in het gezicht slaan van [benadeelde] en/of
  • het schoppen/trappen met een voet op/tegen het hoofd van [benadeelde] en/of
  • het staan met een voet op het hoofd en/of de arm van [benadeelde].
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Het hof komt daarnaast tot een andere beslissing omtrent de bewijsvraag dan de politierechter.

Vrijspraak

Het hof leidt uit de ter terechtzitting in hoger beroep getoonde camerabeelden af dat de verdachte de fysieke confrontatie tussen de medeverdachte [medeverdachte] en aangeefster [benadeelde] juist heeft willen stoppen in plaats van dat hij hieraan heeft deelgenomen. Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat de verdachte zich daarom niet schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 600,00, bestaande uit immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 450,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair of subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. F.M.D. Aardema en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. A. Ivanov, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 oktober 2020.
mr. M.L.M. van der Voet is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]