In hoger beroep is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde geweldsincident dat plaatsvond op 5 maart 2017 te Den Helder. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege een andere beoordeling van het bewijs.
De tenlastelegging betrof het plegen van geweld in vereniging tegen een benadeelde, waaronder slaan, schoppen en vasthouden. Het hof heeft de camerabeelden die tijdens de terechtzittingen in hoger beroep zijn getoond, zorgvuldig bestudeerd en concludeert dat de verdachte niet actief deelnam aan het geweld, maar juist probeerde de fysieke confrontatie te stoppen.
De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte onderschreven dit oordeel, waardoor het hof de verdachte vrijsprak van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden aan het veroorzaken van de schade.
Het hof bepaalde dat ieder van de partijen zijn eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 6 oktober 2020.