De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling jegens zijn buurman door het dreigend tonen van een strijkijzer en het uiten van bedreigende woorden. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en stelde een aangepaste bewezenverklaring vast, waarbij alleen de bedreiging met zware mishandeling werd bewezen.
Het hof oordeelde dat het tonen van het strijkijzer in combinatie met de woorden "Pas op, hij is heet" bij de benadeelde redelijkerwijs vrees voor zwaar lichamelijk letsel kon veroorzaken. De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van een waarschuwing en dat het strijkijzer niet tot ooghoogte was geheven, maar het hof verwierp deze verweren.
De verdachte beriep zich op noodweer, stellende dat hij vreesde dat zijn deur zou worden vernield, maar het hof achtte dit niet aannemelijk. Gezien de ernst van het feit, de context van een langdurig conflict en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde het hof een geheel voorwaardelijke geldboete op. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard en moest bij de burgerlijke rechter worden ingediend.