ECLI:NL:GHAMS:2020:4058

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
25 februari 2022
Zaaknummer
23-000578-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 243 SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak door gerechtshof Amsterdam in hoger beroep

In deze strafzaak heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin verdachte werd vrijgesproken. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 3 maart 2020 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal gehoord, die een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 10 voorwaardelijk vorderde.

Het hof heeft het dossier en de ter zitting naar voren gebrachte feiten en argumenten zorgvuldig bestudeerd. Er is geen nieuw bewijs of argumenten die de verklaring van verdachte tegenspreken. Daarom sluit het hof zich aan bij het vonnis van de rechtbank en bevestigt het de vrijspraak.

Het hof verwijdert een specifieke zin uit het vonnis van eerste aanleg, maar dit leidt niet tot een andere uitkomst. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 maart 2020.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak van verdachte en wijst de vordering tot gevangenisstraf af.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000578-19
datum uitspraak: 17 maart 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-654205-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht het hof niet tot andere inzichten heeft gebracht dan de rechtbank, en dat het hof de vierde volzin van derde alinea onder paragraaf 4 op p. 2 van het vonnis (“
Daarnaast is uit het dossier, noch uit het verhandelde ter terechtzitting, iets gebleken wat de verklaring van verdachte tegenspreekt”) verwijdert.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. M.J.A. Duker en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van
mr. L. Pothast, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 maart 2020.
Mr. M.J.A. Duker en mr. N.J.M. de Munnik zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]