Uitspraak
15-199233-14 tegen:
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde fraude met creditcards. De verdachte werd ervan beschuldigd op of omstreeks 2 april 2013 creditcards te hebben aangevraagd op naam van de benadeelde met behulp van valse documenten en handtekeningen.
Het hof concludeerde dat niet kon worden vastgesteld wanneer precies de Rabobank en/of International Card Services B.V. was bewogen tot afgifte van de creditcards. De datum van 2 april 2013, genoemd in de aangifte, werd niet ondersteund door processtukken. Hierdoor kon het hof niet bewijzen dat verdachte op die datum of in de directe periode daarvoor of daarna de frauduleuze handelingen had verricht.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd verklaard. Het hof bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 3 juli 2020.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van fraude met creditcards.