ECLI:NL:GHAMS:2020:4120
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken seksuele strekking bij zoenen kind op mond
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin verdachte werd beschuldigd van een ontuchtige handeling jegens een kind. Het betrof het zoenen van een onbekend kind op de mond zonder toestemming van de ouder. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, maar vulde de motivering aan.
Het hof overwoog dat een zoen op de mond niet per definitie een seksuele strekking heeft, omdat dergelijke gedragingen ook in familieverband of uit genegenheid kunnen plaatsvinden. Het feit dat de verdachte een onbekende was, maakt de zoen niet automatisch seksueel van aard, zeker niet wanneer het geen tongzoen betrof, wat niet bewezen was.
Daarnaast vond het hof relevant dat de gedraging in het openbaar plaatsvond, in aanwezigheid van de moeder en winkelpersoneel, wat tegen een seksuele intentie pleitte. Er waren geen aanwijzingen dat de verdachte seksuele bedoelingen had. De verdachte werd daarom vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de gedraging ontuchtig was.
Het hof benadrukte dat dit niet betekent dat dergelijke gedragingen moeten worden geduld, maar dat het niet kwalificeert als een zedenmisdrijf zoals bedoeld in artikel 247 Sr Pro.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat het zoenen van het kind een ontuchtige handeling met seksuele strekking was.