Het gerechtshof Amsterdam heeft op 24 juli 2020 het vonnis van de politierechter vernietigd en in hoger beroep een andere bewezenverklaring en strafoplegging vastgesteld. De verdachte werd ervan beschuldigd zijn echtgenote te hebben mishandeld door onder meer het gooien van een Maxi-Cosi tegen haar arm, het meermalen slaan en trappen met gebruik van een riem.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 6 oktober 2018 te Amsterdam zijn echtgenote mishandelde. De mishandeling vond plaats in de eigen woning, in het bijzijn van hun jonge kinderen, wat als verzwarende omstandigheid werd meegewogen. Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde als mishandeling binnen huiselijk geweld.
De politierechter had een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met proeftijd en een taakstraf van 80 uur opgelegd. Het hof legde een hogere taakstraf van 120 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een meldplicht bij de reclassering. Het hof nam ook mee dat de verdachte zelf hulp had gezocht en een vaste baan heeft, waardoor het afzag van verdere bijzondere voorwaarden.
De straf is opgelegd gelet op de ernst van het feit, de langdurige aard van de mishandelingen en de noodzaak om krachtig op te treden tegen huiselijk geweld. De verdachte werd vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.