ECLI:NL:GHAMS:2020:4123
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis hoger beroep bezit en verspreiding kinder- en dierenporno
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, waarin verdachte was vrijgesproken van een van de tenlastegelegde feiten. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen deze vrijspraak, omdat hoger beroep tegen vrijspraak door verdachte niet is toegestaan volgens artikel 404 lid 5 Sv Pro.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vermeende illegale opsporing en dat bewijs van het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee (KMar) uitgesloten moest worden wegens schending van privacyrechten (artikel 8 EVRM Pro). Het hof oordeelde dat de KMar, als opsporingsambtenaren, dezelfde bevoegdheden heeft als de politie en dat het onderzoek aan de in beslag genomen telefoon met toestemming van de officier van justitie was uitgevoerd, waardoor geen onrechtmatigheid was vastgesteld.
Het hof nam voorts over dat de telefoon aan verdachte kon worden toegerekend, ook al werd erkend dat anderen de telefoon mogelijk gebruikten. Verzoeken tot aanvullend forensisch onderzoek en stemherkenning werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter met aanvulling van de motivering en verklaarde het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de vrijspraak.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen de vrijspraak.