ECLI:NL:GHAMS:2020:428

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 februari 2020
Publicatiedatum
17 februari 2020
Zaaknummer
23-003563-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep vuurwapenbezit leidt tot bevestiging gevangenisstraf 15 maanden

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit van een pistool en bijbehorende munitie van categorie III, in strijd met de Wet wapens en munitie. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd vanwege een andere bewezenverklaring, maar bevestigt het de straf van 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Het hof baseert zijn oordeel op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het pistool geladen en binnen handbereik in een uitgaansgebied werd gedragen, en de persoon van de verdachte, die eerder onherroepelijk is veroordeeld voor misdrijven met een geweldscomponent. Het hof benadrukt de toename van schietincidenten in Amsterdam en het belang van een krachtige bestrijding van onbevoegd wapenbezit.

Hoewel de advocaat-generaal en de raadsman verschillende oriëntatiepunten voor straftoemeting aanvoerden, stelt het hof dat deze niet bindend zijn en bepaalt het de straf op basis van de feiten en omstandigheden. Het hof ziet geen aanleiding om bijzondere voorwaarden te verbinden aan het voorwaardelijke deel van de straf. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 februari 2020.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003563-19
datum uitspraak: 13 februari 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 september 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-207103-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
adres: [adres],
thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
30 januari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.hij, op of omstreeks 28 augustus 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Fabrique Nationale, type Baby, kaliber 6,35 mm Browning (synoniem .25 acp) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

2.hij op of omstreeks 28 augustus 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 3 patronen van het kaliber 6,35 mm Browning (synoniem .25 acp) voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op 28 augustus 2019 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Fabrique Nationale, type Baby, kaliber 6,35 mm Browning (synoniem .25 acp) voorhanden heeft gehad;

2.hij op 28 augustus 2019 te Amsterdam munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 3 patronen van het kaliber 6,35 mm Browning (synoniem .25 acp) voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Bewijsmiddelen
Nu de verdachte het tenlastegelegde feit heeft bekend en door of namens hem in hoger beroep geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 11 september 2019;
een proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (dossierpagina’s 3-5);
een proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (dossierpagina’s 6-7);
een proces-verbaal van wapenonderzoek van 28 augustus 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (dossierpagina’s 8-11).
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen-verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van de verdachte
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest. Daarbij zijn bijzondere voorwaarden gesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd. Daarbij heeft hij aansluiting gezocht bij de Oriëntatiepunten Straftoemeting vuurwapens en explosieven van de rechtbank Amsterdam, zoals vastgesteld op 20 mei 2019. [1]
De raadsman heeft het hof verzocht bij de strafoplegging, in plaats van voormelde oriëntatiepunten van de rechtbank Amsterdam, de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) tot uitgangspunt te nemen en heeft daarbij opgemerkt dat de rechtseenheid daarmee gediend is.
Het hof overweegt als volgt.
Vooropgesteld wordt dat oriëntatiepunten ten behoeve van straftoemeting, of die nu landelijk of lokaal zijn, geen ‘recht’ zijn in de zin van artikel 79 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie, reeds omdat de bedoelde oriëntatiepunten niet afkomstig zijn van een instantie die de bevoegdheid heeft rechters te binden wat betreft het gebruik dat zij maken van de hun door de wetgever gelaten ruimte (vgl. Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8838). Het hof heeft echter wel oog voor de maatschappelijke problematiek die de laatste jaren in Amsterdam op het gebied van vuurwapengebruik speelt en in het bijzonder de grote toename van het aantal schietincidenten, zoals ook op de terechtzitting in hoger beroep aan de orde is geweest. Mede tegen die achtergrond dient het onbevoegd bezit van vuurwapens (ook) in Amsterdam krachtig te worden bestreden.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bovenal bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van een pistool en bijbehorende munitie. Het staat buiten kijf dat het ongeoorloofde bezit van een vuurwapen met (bijbehorende) munitie onaanvaarde risico’s voor de veiligheid van personen met zich brengt vanwege de kans op het gebruik daarvan, met alle mogelijke onomkeerbare gevolgen van dien. Dit geldt temeer in een situatie als de onderhavige, waarin het vuurwapen geladen was en dus binnen korte tijd kon worden gebruikt. Daarbij komt dat de verdachte dat geladen pistool ’s nachts op de openbare weg en in een uitgaansgelegenheid onder handbereik bij zich heeft gehad. Verder draagt het bezit van vuurwapens sterk bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft weliswaar bekend zich aan de feiten te hebben schuldig gemaakt, maar hij heeft niet het achterste van zijn tong laten zien. Het is voor het hof niet inzichtelijk geworden in welke mate de verdachte de laakbaarheid van zijn handelen inziet en of hij voornemens is in de toekomst verre te blijven van wapenbezit.
Voorts wordt in het nadeel van de verdachte gewogen dat hij blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 januari 2020 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor misdrijven, waaronder een met een geweldscomponent.
Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van het hof enkel worden volstaan met een gevangenisstraf waarvan een aanzienlijk deel in onvoorwaardelijke vorm wordt opgelegd.
Alles afwegende acht het hof acht net als de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Met deze straf wordt enerzijds de ernst van de bewezen feiten tot uitdrukking gebracht, terwijl daarmee anderzijds wordt beoogd de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw een (soortgelijk) strafbaar feit te plegen. Anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank acht het hof geen termen aanwezig aan het voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden te verbinden. In het voorgaande ligt voorts besloten dat het hof in hetgeen de raadsman in het kader van de strafmaat (verder) heeft aangevoerd geen aanleiding ziet een lagere straf op te leggen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. A.M. van Woensel en mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van
mr. C. Roseboom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 februari 2020.
=========================================================================
[…]

Voetnoten

1.Te raadplegen via https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/orientatiepunten-straftoemeting-vuurwapens-explosieven.pdf.