ECLI:NL:GHAMS:2020:629
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens gebrek aan gronden
Het Gerechtshof Amsterdam heeft in raadkamer het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die de voorlopige hechtenis van verdachte had bevolen. De verdachte was vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw en er werd een mondeling schorsingsverzoek ingediend.
Na bestudering van de stukken en het horen van partijen oordeelt het hof dat er onvoldoende gronden zijn voor de voortzetting van de voorlopige hechtenis. Hoewel er ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte, is er geen gevaar voor recidive omdat geen eerdere betrokkenheid bij soortgelijke strafbare feiten is gebleken.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank voor zover deze de voorlopige hechtenis betreft en heft het de voorlopige hechtenis op. Deze beslissing is genomen in raadkamer op 26 februari 2020.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van de verdachte wordt opgeheven wegens gebrek aan gronden.