ECLI:NL:GHAMS:2020:631
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens gebrek aan gronden
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij beschikking van 26 februari 2020 het hoger beroep behandeld van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die de voorlopige hechtenis had bevolen en het verzoek tot schorsing daarvan had afgewezen.
Na kennisname van de stukken en het horen van de advocaat-generaal en verdachte, heeft het hof geoordeeld dat er weliswaar ernstige bezwaren bestaan tegen verdachte, maar dat er geen gevaar voor recidive is aangezien verdachte niet eerder bij soortgelijke strafbare feiten betrokken is geweest.
Daarom ontbreken volgens het hof de overige gronden voor voorlopige hechtenis. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover het de voorlopige hechtenis betreft en heft de voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven wegens gebrek aan gronden en geen gevaar voor recidive.