Na de echtscheiding van partijen is de vraag gerezen wie het gezag over de minderjarige kinderen zou moeten uitoefenen. De rechtbank had de moeder het eenhoofdig gezag toegekend, wat de vader in hoger beroep betwistte. De vader stelde dat gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen is en ontkende dat er sprake was van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zouden raken.
De moeder voerde aan dat de communicatie tussen partijen ernstig verstoord is, er wederzijds wantrouwen bestaat en zij angst heeft dat de vader met de kinderen naar Marokko zou vertrekken. Het hof constateerde dat partijen niet met elkaar communiceren en geen vertrouwensbasis hebben. Het ingezette traject om omgang en communicatie te verbeteren was niet succesvol.
Het hof oordeelde dat de minimale voorwaarden voor gezamenlijk gezag ontbreken en dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder het eenhoofdig gezag behoudt. Nadere advisering door de raad voor de kinderbescherming was niet nodig. De bestreden beschikking werd bekrachtigd.