ECLI:NL:GHAMS:2020:74
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en gebruiksvergoeding woning
De man en vrouw zijn in 1979 gehuwd in gemeenschap van goederen en in 2016 gescheiden. De rechtbank had de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld, waarbij de verkoopopbrengst van de woning en saldi van bankrekeningen werden verdeeld, met uitzondering van erfenisgelden van de man. De vrouw vorderde onder meer een gebruiksvergoeding voor de woning en betwistte de uitsluiting van erfenisgelden en de waardering van de Toyota en eenmanszaak.
Het hof oordeelde dat de vrouw geen recht heeft op een gebruiksvergoeding omdat de man alle lasten van de woning droeg en de partneralimentatie geen rekening hield met een gebruiksvergoeding. De erfenisgelden vielen buiten de verdeling omdat zij onder uitsluitingsclausule vielen en niet waren verwerkt in de gemeenschap. Wel werd geoordeeld dat een bedrag van €10.000,- dat de man aan de vrouw had betaald voor haar nieuwe woning buiten de verdeling bleef.
De Toyota behoorde in beginsel tot de gemeenschap, maar omdat de man meer dan de helft van de aankoopprijs uit privévermogen had terugbetaald, moest hij een vergoeding van €1.825,- aan de vrouw betalen. De waardering van de eenmanszaak op nihil werd bevestigd wegens onvoldoende bewijs van waarde. Het hof vernietigde het vonnis voor de verdeling van de bankrekeningen en bepaalde een nieuwe verdeling, compenseerde de proceskosten en wees overige vorderingen af.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de verdeling van bankrekeningen, wijst de gebruiksvergoeding af, bepaalt een vergoeding voor de Toyota en compenseert de proceskosten.