Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
[bedrijf], op of omstreeks 31 oktober 2013, althans in 2013, te Noordwijk en/of Waddinxveen en/of Leiden en/of Hoofddorp en/of Zwaanshoek en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten
hij, op of omstreeks 31 oktober 2013, althans in 2013, te Noordwijk en/of Waddinxveen en/of Leiden en/of Hoofddorp en/of Zwaanshoek en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk, een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één aangifte voor de omzetbelasting over het aangiftetijdvak:
[bedrijf], op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
hij, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 mei 2013 tot en met
primair
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2013 tot en met 24 juni 2014 te Barendrecht en/of Waddinxveen en/of Hoofddorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
[bedrijf], welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 juni 2014 in staat van faillissement is verklaard, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2013 tot en met 24 juni 2014 te Barendrecht en/of Waddinxveen en/of Hoofddorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
Vonnis waarvan beroep
Bewijsmotivering feit 3
Bewezenverklaring
[bedrijf], op 31 oktober 2013 in Nederland opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
[bedrijf] in de periode van 2 mei 2013 tot en met 16 augustus 2013 in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, te weten een suppletieaangifte omzetbelasting eerste kwartaal 2013, zijnde een geschrift dat bestemd was tot bewijs van enig feit te dienen, bestaande die valsheid hierin dat,
[bedrijf], welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 juni 2014 in staat van faillissement is verklaard, in de periode van 28 februari 2013 tot en met
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
één jaar en vier maanden na de instelling van het rechtsmiddel.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van
2 (twee) jarenten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
van het recht tot uitoefening van het beroepvan bestuurder van een onderneming voor de duur van
3 (drie) jaren.