ECLI:NL:GHAMS:2020:788

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2020
Publicatiedatum
13 maart 2020
Zaaknummer
23-000021-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens gebrek aan belang

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2020 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2018.

De raadsman van verdachte heeft namens zijn cliënt aangegeven geen prijs meer te stellen op het voortduren van het hoger beroep en heeft verzocht om niet-ontvankelijkverklaring. Het hof heeft tevens kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal die eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring strekte.

Gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is het hoger beroep beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000021-19
datum uitspraak: 27 januari 2020
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-731028-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
thans gedetineerd in P.I. Overijssel, HvB Karelskamp, te Almelo.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
27 januari 2020.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep, en het standpunt van de raadsman van de verdachte.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsman heeft bij e-mail van 23 januari 2020 en ter terechtzitting van 27 januari 2020 namens de verdachte te kennen gegeven dat hij niet langer prijst stelt op het voortduren van zijn appel en dat hij het hof verzoekt om hem niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak wordt de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. F.M.D. Aardema en mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 januari 2020.
De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.